Werkloosheid

In verband met het Corona virus adviseren wij u het laatste reisadvies van het Ministerie te lezen op Reisadvies Nederland Wereldwijd

Thema’s > Werkloosheid

De werkloosheid in Slowakije steeg tussen 1997 en 2000, maar kende daarna weer een dalende trend.

In 1997 had 13,2% van de beroepsbevolking geen werk. Na een piek van 19,2% in 1999 stond het werkloosheidscijfer eind 2000 op ruim 14%.

Het percentage werklozen wisselt sterk per regio. Met name in het zuiden en oosten van het land is het werkloosheidscijfer aanzienlijk hoger en vooral onder de Roma heerst zeer veel werkloosheid.

Onder het eerste kabinet Dzurinda steeg het werkloosheidscijfer van bijna 14 procent in 1998 tot boven 18 procent begin 2002. Deze ontwikkeling baarde de regering grote zorgen, niet in het minst omdat ze keer op keer door de oppositie met deze cijfers werd geconfronteerd.

Volgens schattingen van het Nationale Arbeidsbureau werken in Slowakije 140.000 mensen zwart. De Belastingdienst spreekt zelfs over 200.000 personen die zwartwerken. Op een economisch actieve bevolking van ongeveer 2,8 miljoen en een absoluut aantal van zo’n 420.000 geregistreerde werklozen gaat het derhalve om een substantiële groep.

Zwartwerkers zijn vooral te vinden in familiebedrijven, kleine ondernemingen en in het buitenland (met name Duitsland en Tsjechië). Zij zijn vooral werkzaam in de dienstverlening en de bouwsector en verrichten veel seizoensarbeid.

Deze praktijk van veelvuldig zwartwerken is maatschappelijk geaccepteerd in Slowakije. Over zwart werken wordt niet geheimzinnig gedaan; iedere familie heeft haar zwartwerkers.

Betekent dit dat het wel meevalt met de hoge werkloosheid in Slowakije? Het antwoord is zowel ja als nee. Ja, de officiële cijfers weerspiegelen de situatie maar ten dele. Nee, de werkloosheid is in sommige regio’s van het land extreem hoog (meer dan 35 procent in delen van het zuiden en oosten van het land) en de regering kan in Brussel niet aankomen met het verhaal dat het vanwege de grote omvang van de illegaliteit eigenlijk wel meevalt.

Bronnen: Ministerie van buitenlandse zaken in Nederland en Artikelen van Ablak.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *