Geschiedenis

Thema’s > Geschiedenis

5000 voor chr. De eerste boeren arriveerden op het grondgebied van Slowakije en bouwden hun nederzettingen.

5e eeuw na Chr. De eerste Slaven staken de bergpassen van de Karpaten over en verschenen op het grondgebied van het huidige Slowakije. De Slavische stammen vestigen zich in het huidige Slowakije en uiteindelijk werden zij verenigd in het kader van het Slavisch koninkrijk van Groot-Moravië.

623-658 De Frankische handelaar Samo nam het leiderschap op zich van de slavenstambond. Hij richtte en leidde de eerste staat van de Westerse Slaven.

In de 10e eeuw wordt Hongaarse staat gesticht en geregeerd door koning Stephen I. Het grondgebied van wat vandaag Slowakije is, was daarbij inbegrepen.

1238 Trnava en Krupina verwierven de privileges van een  koninklijke gemeente als de eerste steden in Slowakije.

1467-1490 De eerste universiteit op het grondgebied van Slowakije “Academia Istropolitana” bestond in Pressburg (tegenwoordig Bratislava).

In 1526 leiden de Hongaren een nederlaag tegen de Ottomaanse Turken en de Hapsburgers grijpen de macht in Opper-Hongarije (Slowakije).

1536 Het parlement van het Koninkrijk Hongarije promoveerde Pressburg (nu Bratislava) tot hoofdstad van het koninkrijk.

1604-1711 Het koninkrijk Hongarije werd overspoeld door een reeks van zes anti-Habsburgse opstanden van de Hongaarse adel.

1787 Anton Bernolák codificeerde (zo volledig mogelijk en systematisch op schrift stellen) de eerste literaire vorm van de Slowaakse taal. Deze raakte in de vergetelheid.

1843 De tweede codificatie van de Slowaakse literaire taal geschreven door Ľudovít Štúr was meer succesvol en werd de basis van de huidige Slowaakse literaire taal.

In 1867 wordt de dubbel monarchie van Oostenrijk-Hongarije formeel gesticht nadat de Habsburgse keizer Franz Josef een compromis sluit met  de voortdurend rebellerende Hongaarse edelen. Slowakije wordt dan opgenomen in het Hongaarse deel van dit koninkrijk.

Na de ineenstorting van het Oostenrijks-Hongaarse Rijk in 1918 ontstaat de Federatieve Republiek Tsjecho-Slowakije. Zij bezit 70 procent van de industriële capaciteit van het voormalige Rijk en blijft in het interbellum een parlementaire democratie. Echter, de Tsjecho-Slowaakse samenleving heeft van het begin af aan met spanningen te maken. Deze worden zowel veroorzaakt door de moeizame incorporatie van de grote Duitse en de kleinere Poolse en Hongaarse minderheden, als door de wrijving tussen Tsjechen en Slowaken als gevolg van de grotere economische ontwikkeling van Tsjechië. De depressie in de jaren dertig treft vooral Slowakije, wat veroorzaakte dat de spanningen toenemen en separatistische gevoelens versterkt worden.

In 1938 bezet Duitsland het voornamelijk door etnische Duitsers bevolkte Sudetenland. Een jaar later volgt de rest van Tsjechië. Slowakije word dan een “zelfstandig” Duits protectoraat op 14 maart 1939. Priester Jozef Tiso werd de president van deze nieuwe staat.

1944 De Slowaakse nationale opstand brak uit in Midden-Slowakije (29. 8.).

1944-1945 Het Rode Leger kwam Slowakije binnen via de Dukla op 6 oktober 1944 en begon Slowakije te bevrijden van de nazi-bezetting. In 1945 worden Tsjechië en Slowakije door de Sovjetunie bevrijd. Het grootste deel van de Duitse minderheid word op grond van de “Benes-decreten” verdreven. “München” en de offers van de Sovjetunie in de strijd tegen de nazi’s dragen dan bij aan de verkiezingsoverwinning van de Communistische Partij van Tsjecho-Slowakije (CPCS) in de eerste naoorlogse verkiezingen van 1946. Klemens Gottwald word premier. Aan de democratie werd echter al snel een einde gemaakt. In 1948 wordt alle oppositie tegen de CPCS uitgeschakeld en wordt Tsjecho-Slowakije een satellietstaat van de Sovjetunie.

De economische crisis in de jaren ’60 leidt tot de roep om vérgaande hervormingen.

In januari 1968 komt een hervormingsgezinde partijleiding onder de Slowaak Alexander Dubček aan de macht. Dubček introduceert de doctrine van het “socialisme met een menselijk gezicht”. De censuur wordt grotendeels afgeschaft; burgerlijke vrijheden werden hersteld. Aan deze “Praagse Lente” wordt in augustus 1968 een einde gemaakt door de inval van de Sovjetunie en haar bondgenoten. Dubček wordt dan opgevolgd door Gustav Husak, die de hervormingen terugdraait en de almacht van de communistische partij herstelt. Er bleef slechts een kleine maar invloedrijke beweging van dissidenten over, met Vaclav Havel als belangrijkste vertegenwoordiger.

Het regime komt na de ineenstorting van de zusterpartij in de DDR in 1989 onder grote druk te staan. Na massale demonstraties en een algemene staking besluit de partijleiding te onderhandelen met de ‘dissidenten’ onder leiding van Havel. Dit resulteert in de benoeming van een “Government of National Understanding”, waarin niet-communisten de meerderheid vormden. Dubček wordt gerehabiliteerd en benoemd tot Voorzitter van de Federale Vergadering. Vaclav Havel wordt dan gekozen tot president. Gezien het vredige verloop van deze omwenteling wordt wel gesproken over de Fluwelen Revolutie.

In de hierop volgende jaren belemmeren de verdeeldheid in de Federale Vergadering en spanningen tussen Tsjechen en Slowaken een effectief bestuur. De republiek wordt na een stemming in het parlement op 25 november 1992 gescheiden.

Op 1 januari 1993 zijn  de zelfstandige republieken Tsjechië en Slowakije na de zogeheten ‘Fluwelen scheiding’, een feit. Van 1993 tot 1998 stelt Slowakije zich onder premier Meciar geïsoleerd op. Het bestuur wordt gekenmerkt door corruptie. De veiligheidsdiensten krijgen een belangrijke rol en de mensenrechtensituatie was slecht.

Met het aantreden van de regering Dzurinda op 30 oktober 1998 komt een eind aan het tijdperk waarin de staat greep had op vrijwel alle facetten van het politieke, economische en maatschappelijke leven. Het eerste kabinet-Dzurinda bestaat uit vier partijen: SOP en SDL (centrumlinks), SDK (een verbond centrumrechtse partijen) en SMK (etnisch Hongaars). Vanwege de lijstverbinding SDK wordt dit eerste kabinet-Dzurinda wel de coalitie van coalities genoemd. Deze regering voerde een buitenlands beleid, waarbij aansluiting wordt gezocht bij de Westerse structuren. Het lidmaatschap van de NAVO en de toetreding tot de EU krijgen dan de allerhoogste prioriteit. Grote vooruitgang wordt geboekt bij het mensenrechten- en minderhedenbeleid. Discriminerende maatregelen, ingevoerd onder Meciar, worden ongedaan gemaakt. Met de algehele hervorming van de bestuurlijke en economische structuren wordt dan een begin gemaakt, waarbij de administratieve herindeling en de privatiseringen belangrijke stappen waren. Door de onderlinge politieke tegenstellingen (de coalitie van coalities) verloopt het hervormingsproces echter trager en moeizamer dan de regering wenst. De effecten van de hervormingen op het dagelijks leven laten op zich wachten, de werkloosheid blijft hoog en tegen het eind van de regeringsperiode neemt in het licht van de naderende verkiezingen de hervormingsbereidheid af.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *